zaterdag 16 november 2013

Stranding van het vissersschip ZK 65 (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:

 Het verzoek betreft betrokkene, schipper van het Nederlandse vissersschipschip ZK
65, Hercules PBBC. Aan het verzoek liggen de volgende door de Minister gestelde
feiten ten grondslag.

-  De Hercules ZK 65 strandde op de zuidpier van IJmuiden op maandag 21 juni
omstreeks 03:10 UTC waarbij het schip schade aan de romp opliep en
gedeeltelijk volstroomde met water.
-  Na onderzoek op 21-06-2010 is vastgesteld dat de schipper geen monsterrol
aan boord bijhield of had.
-  Bij dit zelfde onderzoek is waargenomen dat de schipper reizen gemaakt had,
langer dan 18 uur en dat de schipper niet kon aantonen dat de daarvoor
benodigde bemanning van 3 personen aan boord waren.
-  Na aanvullend onderzoek tijdens een reguliere inspectie op 27-08-2010 is
gebleken dat dezelfde schipper wederom geen bemanningslijst bijhoudt en

bemanning aan boord heeft die geen vaarbevoegdheid kon overhandigen.

 Tegen betrokkene zijn volgens de Minister de volgende bezwaren gerezen.

Ik verwijt de aangeklaagde, kort en zakelijk samengevat, dat hij/zij*:
1)  In strijd heeft gehandeld met het houden van een goede uitkijk in
overeenstemming met de Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee.
2)  Het niet bijhouden van de monsterrol conform het Besluit
Zeevisvaartbemanning art. 50 zoals vastgesteld op 21-06-2010.

3)  Gedurende een onbekend aantal reizen onderbemand heeft gevaren, (...)

Tuchtmaatregel:

 Het Tuchtcollege acht ter zake van het eerste en tweede bezwaar een schorsing van
de vaarbevoegdheid van na te melden duur gepast en geboden.

Bezwaar 1 betreft een ernstige inbreuk op de goede zeemanschap. Betrokkene heeft
zijn schip door niet goed uit te kijken ernstig in gevaar gebracht, welke gevaar ook
werkelijkheid is geworden. Aldus heeft hij ook de opvarenden, de lading en het
scheepvaartverkeer ernstig in gevaar gebracht. Dat een en ander nog relatief goed is
afgelopen, doet aan de gevaarzetting niet af.

Bezwaar 2 betreft het niet bijhouden van voorgeschreven monsterrol waardoor niet
gecontroleerd kan worden of al dan niet onderbemand wordt gevaren. Onderbemand
varen vormt een ernstige inbreuk op de goede zeemanschap. Het onmogelijk maken
om dit te controleren is hierom eveneens een ernstige inbreuk op de goede

zeemanschap.

Beslissing:

 Het Tuchtcollege:
-  verklaart de tegen betrokkene onder 1 en 2 aangevoerde bezwaren gegrond
en het onder 3 aangevoerde bezwaar ongegrond;
-  Legt betrokkene een schorsing op van de vaarbevoegdheid voor de periode
van twee maanden;
-  bepaalt dat deze schorsing voor een deel van één maand niet ten uitvoer zal
worden gelegd, tenzij het Tuchtcollege bij een latere beslissing anders zal
bepalen op grond van het feit dat betrokkene zich voor het einde van een
proeftijd, welke het Tuchtcollege hier bepaalt op twee jaar, zich weer heeft
gedragen in strijd met de zorg die hij als goed zeeman in acht behoort te
nemen ten opzichte van de opvarenden, het schip, de lading, het milieu of
het scheepvaartverkeer;
-  bepaalt dat de schorsing en de proeftijd ingaan op de dag zes weken na de

dag van de verzending van deze uitspraak.

De volledige uitspraak kunt u vinden via de volgende link:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2011+4+2010.V7-S.-Hercules%20Uitspraak.pdf

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen