zaterdag 16 november 2013

Gronding van de FLINTERSPIRIT (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:

Op 19 maart 2012 omstreeks 23.43 uur (scheepstijd) grondde de Flinterspirit
op het eiland Flodday Mor, North Uist, tijdens de wacht van betrokkene,
kapitein van de Flinterspirit. Verzoeker heeft verzocht om een
tuchtrechtelijke behandeling tegen betrokkene op grond van de volgende
verwijten:
• De kapitein had voorafgaand aan de gronding, nagelaten de koers te
wijzigen conform de voyageplanning, de brug verlaten en bevond zich
tijdens de gronding in zijn hut.
• De kapitein had die betreffende avond nagelaten om een uitkijk te
plaatsen op de brug tijdens donkere uren en had het wachtalarm nier
geactiveerd.
• De kapitein bleek onvoldoende in staat om de leiding te nemen nadat
de gronding had plaatsgevonden, hetgeen blijkt uit de volgende
omstandigheden:
o zonder eerst de situatie in kaart te brengen trachtte hij het
schip los te varen;
o hij instrueerde de 2e stuurman om de autoriteiten te melden dat
er niks aan de hand was;
o de kapiteins verklaring over vermoeidheid en medicijngebruik.
• De ochtend na de gronding heeft de kapitein zelfstandig de brugwacht
gelopen terwijl hij onder invloed was van alcohol.

Betrokkene heeft, aldus verzoeker, gehandeld in strijd met de voorschriften 2
en 5 van het verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van
aanvaringen op zee, 1972, de STCW, Section A. VIII/2, part 3.1(Watchkeeping
at Sea). Principles to be observed in keeping a navigational watch, MSC
(Martine Safety Commitee), Resolutie 282(86) “Adoption of Amendments to
the International Convention for the Safety of Life at Sea, 1974, as amended,
Chapter V reg 19 en artikel 4 van de Zeevaartbemanningswet.

Tuchtmaatregel:

De brug verlaten en in slaap vallen gedurende de nachtelijke uren met als
gevolg een gronding is in strijd met de goede zeemanschap. Het niet
plaatsen van een uitkijk en het niet activeren van het wachtalarm is al
evenzeer in strijd met de goede zeemanschap.
Voor het trachten losvaren van een gegrond schip zonder op de hoogte te
zijn van de actuele situatie en de autoriteiten trachten om de tuin te leiden
geldt hetzelfde. Een schorsing van een aanzienlijke duur is hier gepast en
geboden. Naar het oordeel van het Tuchtcollege dient de vaarbevoegdheid
voor de duur van zes maanden te worden geschorst.

Beslissing:

Het Tuchtcollege
− acht de tegen betrokkene gerezen bezwaren, te weten het gronden
door na te laten koers te wijzigen, het niet plaatsen van een uitkijk
gedurende de donkere uren en het niet activeren van het wachtalarm,
het trachten los te varen zonder eerst de situatie in kaart te brengen
en het instrueren van de tweede stuurman om de autoriteiten te
melden dat er niets aan de hand is was, gegrond.
− legt de betrokkene een schorsing van de vaarbevoegdheid op voor de
periode van zes maanden.
− bepaalt dat de schorsing behoudens hoger beroep ingaat op de dag
zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

De volledige uitspraak kunt u vinden via deze link:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2012+5+2012.V3.Flinterspirit.pdf

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen