zaterdag 24 oktober 2015

Ongeval besloten ruimte aan boord van m.s. LADY IRINA (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Aanbevelingen n.a.v. ongeval besloten ruimte:

  • De gehele bemanning dient zich steeds bewust te zijn van de gevaren van lading zoals aangegeven in de IMSBC-Code en zijn bijlagen, in het bijzonder van de mogelijkheid van een gevaarlijke atmosfeer; deze gevaren gelden niet alleen voor het ladingruim maar ook voor alle andere ruimtes in de buurt van het laadruim; ook in ruimtes die niet in verbinding lijken te staan met het laadruim kunnen door een defect gevaarlijke stoffen uit de lading binnendringen, zoals in dit geval waarin een luik in een ventilatiekanaal vanuit het laadruim, dat door een andere ruimte loopt, niet goed gesloten is.

  • Een afsluitbare ruimte zoals hier de bakruimte en de boegschroefruimte op het voorschip dient wel degelijk te worden beschouwd als besloten ruimte, die gevaarlijk kan zijn voor degenen die deze betreden, in het bijzonder indien deze enige tijd afgesloten is geweest en niet (mechanisch) is geventileerd; de bemanningsleden, ook zij die deze ruimtes regelmatig voor hun werk betreden, dienen zich van de gevaren bewust te zijn.

  • Aan boord van een schip waarmee lading wordt vervoerd die koolmonoxide (of een ander gevaarlijk gas) kan afgeven dienen gasmeters aanwezig te zijn waarmee eenduidig kan worden vastgesteld of en in welke mate koolmonoxide (of dat andere gevaarlijke gas) in de atmosfeer in of bij een ruimte aanwezig is; de reder van het schip en/of de zeewerkgever van de bemanning dienen daarvoor te zorgen; de bemanning moet daarover makkelijk kunnen beschikken en moet daarmee kunnen omgaan.

  •  Indien in een besloten ruimte iemand wordt aangetroffen aan wie kennelijk een ongeval is overkomen, dient men zich meteen bewust te zijn van de mogelijkheid dat dit is veroorzaakt door een gevaarlijke atmosfeer en dient men te handelen volgens de daarvoor gegeven regels: de ruimte direct verlaten, gasmetingen uitvoeren en persluchtmaskers gebruiken; het onderhavige tragische incident levert helaas een voorbeeld van ondoordacht handelen, waarbij het ene na het andere bemanningslid ten prooi viel aan koolmonoxidevergiftiging.

  • Voor zover het gaat om de mogelijke aanwezigheid van koolmonoxide dient men zich te realiseren dat blootstelling aan dat gas een negatieve invloed heeft op het beoordelingsvermogen, wat kan leiden tot ondoeltreffend en gevaarzettend handelen; vergiftiging door koolmonoxide is op zichzelf onomkeerbaar en kan niet worden verholpen door het toevoegen van perslucht of zuurstof.

  • Het verdient aanbeveling om het betreden van een besloten ruimte vooraf te melden (zo daarvoor al geen 'work permit' is vereist en pleegt te worden afgegeven); zo mogelijk gaat men samen met een ander bemanningslid, waarbij één persoon buiten blijft, de situatie in de gaten houdt en in (radio)contact blijft met de persoon binnen; deze persoon op wacht heeft tot taak alarm te slaan als er iets niet in orde lijkt te zijn en dient niet direct, zonder voorzorgsmaatregelen, zelf te hulp te schieten.
Uitspraak 2015.V1 en uitspraak 2015.V2.

zondag 18 mei 2014

Aanvaring van de STATENGRACHT en KATRE (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:

Aan het verzoek is het navolgende ten grondslag gelegd.
Op 2 februari 2013 is het Nederlandse zeeschip Statengracht in de Oostzee
in aanvaring gekomen met het Maltese vrachtschip Katre. Betrokkene was op
het moment van de aanvaring kapitein van de Statengracht.
Betrokkene wordt verweten dat hij mogelijk heeft gehandeld in strijd met de
volgende voorschriften en bepalingen:
• Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van
aanvaringen op zee, 1972 (hierna: Colregs), voorschrift 2
Verantwoordelijkheid, voorschrift 8 Maatregelen ter vermijding van
aanvaring, voorschrift 16 Maatregelen van het schip dat moet uitwijken,
• Zeevaartbemanningswet, artikel 4, lid 3, zich als kapitein gedragen
zoals het een goed zeeman betaamt.

Tuchtmaatregel:

Het Tuchtcollege is van oordeel dat betrokkene ernstig is tekortgeschoten in 
zijn verantwoordelijkheden als kapitein, met een aanvaring van zijn schip 
met de Katre als gevolg. Betrokkene heeft niet gehandeld zoals een 
verantwoordelijk kapitein betaamt, waardoor de veiligheid van de 
opvarenden, het schip met haar lading en de omgeving in gevaar is gebracht. 
Bij de zware aanvaring is grote schade aan beide schepen ontstaan. De 
Statengracht liep een groot gat in haar zijde op en had kunnen zinken. 
Gelukkig hebben zich geen persoonlijke ongevallen voorgedaan en is 
verontreiniging van het milieu uitgebleven. 
 
Gezien de ernst van de gebleken gedragingen van betrokkene is een 
schorsing van de vaarbevoegdheid van na te noemen duur op zijn plaats. In 
de omstandigheid dat betrokkene gedurende een groot aantal jaren als 
kapitein een goede staat van dienst heeft opgebouwd en in het feit dat hij 
zijn tekortschieten ruiterlijk heeft erkend en uit het voorval kennelijk lering 
heeft getrokken, ziet het Tuchtcollege aanleiding bepalen dat de schorsing 
van de vaarbevoegdheid geheel voorwaardelijk wordt opgelegd. 

Beslissing:

Het Tuchtcollege: 
- verklaart de tegen betrokkene aangevoerde bezwaren gegrond zoals 
hiervoor aangegeven onder 5; 
- legt betrokkene een schorsing van de vaarbevoegdheid op voor een 
periode van twee weken; 
- bepaalt dat deze schorsing niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij het 
Tuchtcollege bij een latere beslissing anders zal bepalen op grond van het 
feit dat betrokkene zich voor het einde van een proeftijd, welke het  
Tuchtcollege bepaalt op twee jaar, zich weer heeft gedragen in strijd met 
de zorg die hij als goed zeeman in acht behoort te nemen ten opzichte 
van de opvarenden, het schip, de lading, het milieu of het 
scheepvaartverkeer; 
- bepaalt dat de proeftijd van de voorwaardelijke schorsing ingaat op de 
dag, 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak. 


zaterdag 8 maart 2014

Collision between KATRE and STATENGRACHT [Malta Marine Safety Investigation Unit]

Summary

On 02 February 2013, at about 1000, the Marine Safety Investigation Unit (MSIU) was notified by the managers of the Maltese registered motor vessel Katre, that on 01 February 2013, at about 2325 (UTC), their vessel, while on a ballast voyage from Helsingborg, Sweden to Stralsund, Germany, was involved in a collision with the Dutch registered motor vessel Statengracht in position 54° 53.7’N 013° 13.2’E. The position was close to the Northwest entrance of the TSS North of Rugen in the Baltic Sea. 

Preliminary information indicated that the collision occurred when Katre was proceeding on a South-easterly course close to the Northwest entrance of the TSS North of Rugen. Statengracht was proceeding towards the entrance of the TSS North of Rugen on a Westerly course. 

Statengracht sustained damages to her port side in way of cargo hold no. 2. As a result of the damage, she developed a port list of about 10°. Statengracht was instructed to proceed to the port of Rostock, Germany, which was her original destination. Katre, which sustained damages to her bow area, was instructed to proceed to the port of Mukran, Germany. No injuries and no pollution were reported from both vessels. 

The safety investigation concluded that in a typical crossing situation and in good visibility, neither vessel followed basic bridge procedures and COLREGs requirements. 


Two recommendations have been made to the managers of Katre and Statengracht in order to enhance safe navigational watches at all times. 

vrijdag 31 januari 2014

EMMA MAERSK: Flooding of engine room [Danish Maritime Accident Investigation Board]

Summary


On the evening of 1 February 2013, a severe leakage occurred in the container ship EMMA MÆRSK while the ship, loaded with general cargo in about 14,000 containers, was about to pass southbound through the Suez Canal.

The leakage was caused by a mechanical break-down of a stern thruster situated at the aft part of the ship’s shaft tunnel whereby the shaft tunnel was flooded. The bulkhead between the shaft tunnel and the main engine room could not withstand the hydrostatic water pressure and eventually the main engine room was also flooded.


The situation became complicated because the ship had just initiated a passage in a convoy through the Suez Canal. Loss of the ship’s own propulsion, electric power, steerage and manoeuvrability could be foreseen and eventually occurred.


The main technical sequence of events were a break-down of the forward stern thruster causing a major leakage into the shaft tunnel, a collapse of the watertight integrity of the bulkhead between the shaft tunnel and the engine room, primarily caused by non-effective cable penetration sealings and some undesirable properties of the bilge system and the emergency bilge suction from the engine room. Throughout the course of events, all officers and crew members were constantly disturbed and highly stressed by the sound of countless alarms, which made it extremely difficult to concentrate on the many challenges that ap- peared.

Despite a series of technical breakdowns and system weaknesses, the shipboard organiza- tion remained resilient, and despite the breakdown of the structural barriers, the ship’s offic- ers and crew managed to contain the emergency situation and bring the ship alongside at the Suez Canal Container Terminal without any personal injury or pollution to the environment.

The report contains information about the preventive measures taken by the shipping com- pany, the classification society and other parties involved. The report contains no safety recommendations from the Danish Maritime Accident Investigation Board. 


Full report: http://www.dmaib.com/Ulykkesrapporter/Flooding%20of%20engine%20room%20-%20EMMA%20MÆRSK%20on%201%20February%202013.pdf

vrijdag 6 december 2013

Gronding van de EEMS CARRIER (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:


Aan het verzoek is het navolgende ten grondslag gelegd.
Op 15 september 2012 grondde het Nederlandse zeeschip Eems Carrier in de Vliestroom (Waddenzee). Betrokkene, kapitein van dit schip, stond op het moment van de gronding op de brug. Blijkens diens toelichting ter zitting ligt

de kern van het verwijt van de inspecteur in het feit dat betrokkene, ondanks de aanwezige betonning, de grens van de vaargeul heeft overschreden en is vastgelopen en dat betrokkene derhalve slecht moet hebben uitgekeken.
Betrokkene wordt verweten dat hij heeft gehandeld in strijd met de volgende voorschriften en bepalingen:
  • Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van
    aanvaringen op zee, 1972; Voorschrift 2 Verantwoordelijkheid en
    Voorschrift 5 Uitkijk;
  • Zeevaartbemanningswet, artikel 4, lid 3;
  • STCW, Section A VIII/2, part 3-1 Watchkeeping at Sea, Principles to be
    observed in keeping a navigational watch.
Tuchtmaatregel:


Het Tuchtcollege is van oordeel dat betrokkene is tekortgeschoten in zijn verantwoordelijkheden als kapitein, met een gronding van het schip als gevolg en waardoor de veiligheid van de opvarenden, het schip met haar lading en de omgeving in gevaar is gebracht.
Gezien de ernst van de gebleken gedragingen is een schorsing van de vaarbevoegdheid van na te noemen duur op zijn plaats. Gelet op de

omstandigheden van het geval, waaronder de omstandigheid dat schadelijke gevolgen van de gronding zijn uitgebleven ziet het Tuchtcollege aanleiding te bepalen dat de schorsing van de vaarbevoegdheid geheel voorwaardelijk wordt opgelegd. 

Beslissing:


Het Tuchtcollege:
  • verklaart de tegen betrokkene aangevoerde bezwaren gegrond zoals
    hiervoor aangegeven onder 5;
  • legt betrokkene een schorsing van de vaarbevoegdheid op voor een
    periode van één maand;
  • bepaalt dat deze schorsing niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij
    het Tuchtcollege bij een latere beslissing anders zal bepalen op grond van het feit dat betrokkene zich voor het einde van een proeftijd, welke het Tuchtcollege bepaalt op twee jaar, zich weer heeft gedragen in strijd met de zorg die hij als goed zeeman in acht behoort te nemen ten opzichte van de opvarenden, het schip, de lading, het milieu of het scheepvaartverkeer;
  • bepaalt dat de proeftijd van de schorsing ingaat op de dag, 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak. 
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2013+6+2012.V6-Eems%20Carrier.pdf

Verlaten van brug tijdens krabbend anker FLINTERBAY (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:


Aan het verzoek is het navolgende ten grondslag gelegd.
Op 17 juni 2012 raakte het Nederlandse zeeschip Flinterbay voor de Nederlandse kust op drift door een krabbend anker. Betrokkene was stuurman van de wacht en was niet aanwezig op de brug gedurende de periode dat het schip op drift was. Betrokkene heeft nagelaten voor vervanging van de brugwacht te zorgen toen hij de brug verliet. Hij had geen wachtalarm bijstaan en hij had geen uitkijk op wacht.
Tuchtmaatregel:


Betrokkene wordt verweten dat hij aldus heeft gehandeld in strijd met de volgende voorschriften en bepalingen:
  • Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van
    aanvaringen op zee, 1972; Voorschrift 2. Verantwoordelijkheid en
    voorschrift 5. Uitkijk;
  • Zeevaartbemanningswet, artikel 4, lid 3;
  • STCW, Section A VIII/2, part 3-1 Watchkeeping at Sea, Principles to be
    observed in keeping a navigational watch.
Tuchtmaatregel:

Het Tuchtcollege is van oordeel dat betrokkene ernstig is tekortgeschoten in zijn verantwoordelijkheden als scheepsofficier. Betrokkene heeft niet gehandeld zoals een verantwoordelijk officier van de wacht betaamt, waardoor de veiligheid van de opvarenden, het schip, de omgeving en het scheepvaartverkeer, in gevaar is gebracht. De gevolgen van deze handelwijze hadden zeer ernstig kunnen zijn.
Gezien de ernst van de gebleken gedragingen is een schorsing van de vaarbevoegdheid van na te noemen duur op zijn plaats. In de omstandigheid dat niet blijkt dat betrokkene zich eerder aan dit gedrag heeft schuldig gemaakt en de ernstige gevolgen zijn uitgebleven ziet het Tuchtcollege aanleiding te bepalen dat de schorsing van de vaarbevoegdheid gedeeltelijk voorwaardelijk wordt opgelegd.

Beslissing:


Het Tuchtcollege:
  • verklaart de tegen betrokkene aangevoerde bezwaren gegrond zoals
    hiervoor aangegeven onder 5;
  • legt betrokkene een schorsing van de vaarbevoegdheid op voor een
    periode van vier maanden;
  • bepaalt dat van deze schorsing een gedeelte van twee maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij het Tuchtcollege bij een latere beslissing anders zal bepalen op grond van het feit dat betrokkene zich voor het einde van een proeftijd, welke het Tuchtcollege bepaalt op twee jaar, zich weer heeft gedragen in strijd met de zorg die hij als goed zeeman in acht behoort te nemen ten opzichte van de opvarenden, het schip, de lading, het milieu of het scheepvaartverkeer;
  • bepaalt dat de proeftijd van de schorsing ingaat op de dag, 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak. 
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2013+5+2012.V5-Flinterbay.pdf


zaterdag 16 november 2013

Gronding van de VRIESENDIEP (Tuchtcollege voor de Scheepvaart)

Verzoek van de Inspecteur voor de Scheepvaart:

Aan het verzoek is het navolgende ten grondslag gelegd.
Op 18 december 2012 omstreeks 01:00 uur lt grondde het Nederlandse
zeeschip Vriesendiep in Finse wateren. Op dat moment liep betrokkene,
kapitein van dit schip, de brugwacht samen met een loods en fungeerde hij
als roerganger.
De reisvoorbereiding bestond hoofdzakelijk uit een opsomming van
waypoints zonder rekening te houden met de richtlijnen en aanbevelingen
zoals die door de IMO zijn vastgelegd.

Betrokkene wordt verweten dat hij aldus heeft gehandeld in strijd met de
volgende voorschriften en bepalingen:
• Verdrag inzake de Internationale Bepalingen ter voorkoming van
aanvaringen op zee, 1972; Voorschrift 2. Verantwoordelijkheid;
• Zeevaartbemanningswet, artikel 4, lid 3;
• SOLAS Chapter V, Safety of navigation, Regulation 34 Safe navigation
and avoidance of dangerous situations;
• STCW, Section A VIII/2, part 2 Voyage planning.

Tuchtmaatregel:

Het Tuchtcollege is van oordeel dat betrokkene is tekortgeschoten in zijn
verantwoordelijkheden als kapitein. Ten aanzien van het overnemen van het
roer is het verband met de gronding onvoldoende duidelijk geworden. Door
de stuurfout is de veiligheid van het schip met haar lading en de omgeving in
gevaar gebracht.
Bij de behandeling is aannemelijk geworden dat betrokkene zich de gronding
zeer heeft aangetrokken en dat deze voor betrokkene persoonlijk reeds
gedurende langere tijd ernstige gevolgen heeft gehad.
In de hiervoor aangeduide aard en ernst van de gebleken gedragingen en de
juistbedoelde persoonlijke omstandigheden vindt het Tuchtcollege aanleiding
om een tuchtrechtelijke maatregel achterwege te laten.

Beslissing:

Het Tuchtcollege:
• verklaart de tegen betrokkene aangevoerde bezwaren gegrond zoals
hiervoor aangegeven onder 5;
• verklaart de bezwaren voor het overige ongegrond;
• legt betrokkene geen tuchtrechtelijke maatregel op.

De volledige uitspraak kunt u vinden via de volgende link:
http://www.tuchtcollegevoordescheepvaart.nl/bestanden/2013+4+2013.V1-Vriesendiep.pdf